Geschiedenis

Navigators Studentenvereniging Rotterdam is in een ver verleden ontstaan uit stichting The Navigators in de Verenigde Staten. 

De geschiedenis van de stichting de Navigators begon in de roerige dertiger jaren in de Verenigde Staten. Het land ging gebukt onder de ernstige economische en politieke crisis, terwijl de oorlogsindustrie van Duitsland en Japan zorgde voor wereldwijde politieke onrust. In deze onzekere tijd wordt Dawson Trotman, een jonge christen, aangesproken door de belofte uit de bijbel: ‘Roep tot Mij en Ik zal u antwoorden en u grote, ondoorgrondelijke dingen verkondigen waarvan gij niet weet ’(Jer. 33:3)

Hij nam dit vers serieus en besloot met een vriend zes weken lang dagelijks twee uur te gaan bidden om er achter te komen wat deze ondoorgrondelijke dingen waren. Elke morgen trok hij zich samen met zijn vriend terug in de bergen om te bidden en God te zoeken. In eerste instantie baden ze voor mensen uit hun eigen woonplaats, maar snel kregen ze het geloof om door te bidden voor andere dorpen in de buurt. Na de dorpen kwamen de steden, na de steden de Staten en na de Staten kwam zelfs in de vijfde week de wereldkaart er aan te pas. Dawson Trotman had aan het einde van deze periode een groot geloof, dat God hem op de één of andere manier wilde gebruiken op alle continenten van de wereld.

Dawson's visie voor de wereld wordt weergegeven door de zendingsopdracht, die Jezus aan de discipelen gaf: 'Gaat dan henen, maakt alle volken tot mijn discipelen' (Matt. 28:19a). Hij dacht met name na over de vraag, wat het betekent om discipel van Jezus te zijn en hoe je anderen tot discipel maakt. Het viel hem op dat Jezus bewust 12 mensen uitkoos om zijn discipelen te worden. Aan deze 12 gaf Jezus alles door, wat Hij van de Vader leerde en met hen deelde Hij zijn leven. Ook Paulus trok zeer veel op met zijn geestelijke zoon Timotheüs, opdat alles, wat hij van Paulus leerde, op zijn beurt weer kon doorgeven aan anderen. (II Tim. 2:2) Dit principe van geloofsoverdracht door intensieve persoonlijke relaties (oftewel geestelijke vermenig-vuldiging) werd het 'handelsmerk' van de Navigators. In het Rotterdams Navigator-werk en later binnen NSR zijn de stamboomrelaties een voortvloeisel van deze gedachte.

Dawson Trotman kreeg in 1933 contact met een aantal jonge marinemensen met wie hij veel Bijbelstudie deed en met wie hij zijn geloof en visie deelde. De jongens raakten enthousiast en gaven, wat zij leerden, door aan hun vrienden. Dit ging enkele jaren zo door en zo ontstond er de wonderlijke situatie, dat midden in een vreselijk onzekere en donkere episode van de wereld-geschiedenis op diverse oorlogsschuiten van de VS jonge mariniers tot bekering kwamen en Bijbelstudies en bidstonden werden georganiseerd. De naam Navigators kwam dus zeker niet uit de lucht vallen; velen gooiden het roer van hun leven radicaal om en lieten Jezus (the captain) de koers van hun leven verder bepalen.

Na de Tweede Wereldoorlog werden vele van deze jongens namens de Navigators zendeling in andere landen en zo ontstonden op vele plaatsen groepen van jonge enthousiaste christenen. Dawson's geloof werd bevestigd. Op alle continenten werkten de principes, die God in zijn leven had uitgewerkt, door in het leven van andere mensen.

Toen eens aan 'Daws' werd gevraagd wat het doel van de Navigators was, antwoordde hij: 'To know Christ and to make Him known'. Christus kun je leren kennen als een persoon, een leerproces dat nooit ophoudt. We moeten Hem ook in ons dagelijks leven leren gehoorzamen en daarvoor stelde hij een 'wiel-illustratie' op. Christus is de as van je leven, om Hem draait alles; de verticale spaken dienen voor de relatie met God, de horizontale voor de relatie met mensen (christenen en niet-christenen). Dit is de kernachtige boodschap van deze illustratie.

In 1948 kwam Dawson voor een kort bezoek naar Nederland om op een conferentie in Doorn te spreken. Gien Karssen (inmiddels bekend als schrijfster van vele boeken) voelde zich aldaar zeer door de toespraken van Dawson aangesproken. Ze bood aan om de Navigator-Bijbelstudies te vertalen en te distribueren onder iedereen, die daar belangstelling voor had. Spoedig werd een heus klein kantoortje ingericht en het Navigator-werk in Nederland vond zijn begin. De Bijbelstudies van de Navigators vonden gretig aftrek in (kerkelijk) Nederland met name omdat de studies nadruk legde op de persoonlijke relatie met Christus (discipelschap) en toepassingsgericht waren (of te wel: wat doe je met je christen-zijn in de praktijk).

In 1954 sprak de evangelist Billy Graham voor een vol Olympisch Stadion te Amsterdam. Hij had zelf voor zijn komst al contact gezocht met het Navigator-kantoor met het simpele verzoek: 'kom over en help ons'. Graham was tot de overtuiging gekomen, dat je weinig vrucht van evangelie mag verwachten als je niet al het mogelijke doet om hen, die voor Christus kiezen, ook werkelijk verder te begeleiden. Zijn komst betekende een enorm impuls voor het Navigator-werk in Nederland, doordat overal ter lande gespreksgroepen en Bijbelstudiegroepen ontstonden, die door Navigators werden geleid.

Dawson Trotman stierf in 1956 tijdens een geslaagde poging een drenkeling van de dood te redden. De man, die zijn leven zo ten dienste stelde van anderen, stierf op een wel zeer bijzondere manier. Tijdens de indrukwekkende begrafenisdienst, die daarop volgde, sprak Billy Graham. Hij zei dat hij niemand kende, die meer levens had beïnvloed dan Dawson Trotman, hierbij fijnzinnig doelend op het geestelijke sneeuwbaleffect, dat Dawson had veroorzaakt. Een grote impuls voor het Navigator-werk in Neder-land betekende ook het werk van Amerikaanse full-time stafleden, als Doug Sparks, Roger Anderson en Lee Brace. Door hun gebed en inzet kwamen vele jonge mensen in de jaren zestig tot geloof in Jezus Christus. Eén van hen was de veelbelovende ex-Nijenrode student Gert Doornebal, die in 1966 besloot full-time aan het werk voor God te gaan. Gert voelde een roeping om onder de studenten in Delft te gaan werken en zijn memorabele beslissing om niet voor de carrière te gaan, maar om Gods roeping te aanvaarden, betekende het begin van het studentenwerk in Nederland. Dat dit bijzonder door God gezegend werd, bleek wel uit het eerste groepje studenten die Gert bereikte met het evangelie; Rinus Baljeu, Laurens Touwen, Cees de Jonge en Kees Metselaar, besloten allen na hun studie om, in de voetsporen van Gert, full-time aan de staf te gaan en een studentenwerk op te zetten in andere steden in Nederland. Het Delftse studentenwerk bloeide in de beginjaren en daarvan bleven de gevolgen voor Rotterdam niet uit.

De geschiedenis van NSR begint in 1973 als een uit het Delftse studentenwerk overgewaaide ingenieur Rotterdamse studenten enthousiast maakt voor het doen van Bijbelstudie. In andere studentensteden, waaronder Delft, Leiden, Utrecht, Amsterdam zijn dan al Navigators gevestigd. Iedere week komen studenten bij elkaar om samen in de bijbel te lezen en daarover van gedachten te wisselen. Eén keer in de maand komen de verschillende groepen samen voor een lezing (een zogenaamde trefavond). Gedurende de zomers vinden conferenties en werkkampen plaats, die in samenwerking met de andere studentensteden worden georganiseerd. Kenmerkend voor het Rotterdamse studentenwerk in de beginjaren was, dat er in tegen stelling tot andere steden geen staf aanwezig was. Meestal was het staflid in Delft verantwoordelijk voor Rotterdam. Dat dit bepaald geen ideale situatie was, behoeft geen betoog. Gelukkig verandert dit wanneer in januari 1984 Jelle Jongsma, in Delft afgestudeerd werktuigbouwkundig ingenieur, naar Rotterdam komt als full-time stafmedewerker voor de Navigators. Zijn komst luidt het begin in van een periode waarin veel verandert. Hij koopt een woning in de deelgemeente Kralingen, waarvan de benedenverdieping de eerste groepsruimte zal worden: 'De Adamshof'. Hier vinden voortaan de lezingen en andere groepsactiviteiten, welke steeds verder uitgebreid worden, plaats. Jelle is een duidelijk pionierstype. Hij is zich intensief gaan bezighouden met de vraag hoe het evangelie aan studenten anno nu gebracht kan worden. Zoals een pionier betaamt was hij niet gehecht aan bestaande methodes (bijvoorbeeld evangelisatie door deur aan deur bij studenten langs te gaan) maar veeleer was zijn denkkader: werken deze methodes en zo niet, hoe kunnen we het anders doen? De Bijbelteksten die hierbij in zijn denken centraal stonden waren I Cor.9:19 en 23. Wil je het evangelie kunnen overdragen aan studenten dan zal je student onder de studenten moeten zijn. Niet leven in je veilige subcultuur maar werkelijk je onder (niet-gelovige) studenten begeven en je proberen in te leven in hun situaties. In het leven van Jelle brachten deze inzichten niet alleen innerlijke veranderingen teweeg, maar ook uiterlijke; baard eraf, bril werd contactlenzen en kleren werden aanzienlijk studentikozer. Ook de Navigator-groep als totaliteit kan een belangrijk middel zijn in de evangelieverkondiging. Tot nu toe was er voor de gemiddelde student weinig vertrouwds bij de Navigators. Er werd bijeengekomen in een soort huiskamer, er was geen bestuur, er waren kringhuizen, men kon geen lid worden, etc.

De Navigators in Rotterdam traden in oktober 1986 wel op een bijzondere manier naar buiten doordat enkele leden (waarvan de meeste met corps-achtergrond) de euvele moed hadden een forum te organiseren op het Rotterdamse Studentencorps. Tijdens het forum getuigden big shots uit het bedrijfsleven over hun persoonlijke geloof. De avond werd bezocht door 150 mensen en een twaalftal corpsleden ging daarna meedoen met een gespreks-groep. Het succes van deze activiteit heeft er toe geleid, dat daarna meerdere forums werden georganiseerd.

In 1987 werd het duidelijk dat, om beter aan te sluiten bij studenten die nog niet bekend zijn met het Navigatorwerk, en om binnen een duidelijker kader te werken, het studentenwerk moest worden voortgezetbinnen een nieuw op te richten studentenvereniging: de Navigators Studentenvereniging Rotterdam, NSR.

Inmiddels blijkt dat de Verenigingsstructuur niet alleen beter aansluit bij onbekende, maar dat het ook duidelijke voordelen heeft naar de leden toe: men voelt zich meer betrokken bij de Vereniging, geestelijk en sociaal (jaarclubs, disputen, gezelschappen, etc.). Dat de doelstelling van de Navigators (Christus kennen en Hem bekendmaken) centraal blijft staan, is natuurlijk van wezenlijk belang. Dit doel wordt gediend doordat lidmaatschap van NSR automatisch inhoudt, dat men ook met Bijbelkringen mee gaat doen en uiteraard zorgt de staf, met de nestoren en mentoren, ervoor dat de studies discipelschap gericht blijven. De persoonlijke relatie met Christus moet centraal blijven staan.